Kriskras over Twickel

Insectenliefde

In ons land mag je een fris luchtje scheppen, coronatijd of niet. Op het landgoed van Twickel zie ik wandelaars, hardlopers, fietsers, skaters en rolstoelers. Allemaal op gepaste afstand. Bij mijn laatste fietstocht botste ik echter pijnlijk met minuscule wezens.
Ik houd van het frisse groen van ontluikende blaadjes. De bomenlanen van Twickel zijn nu op hun mooist. Met een flink vaartje bewonderde ik de natuur, mijn ogen wijd open. Had ik beter niet kunnen doen. Bam, daar vond een insect de dood in mijn oog. Ook toen ik doorfietste met bijna dichtgeknepen ogen, wisten diverse insecten de afstand tot mijn netvlies te verkleinen tot 0 meter. Het is een subjectieve observatie, maar ik heb de indruk dat het weer wat beter gaat met de insectenpopulatie in Nederland.

Op een bankje voor het kasteel wreef ik de slachtoffers weg. Bam, een zware brom. Een vrachtauto trok op. Op zijn lader grote eiken. Op weg naar de Houtzagerij van Twickel. Daar worden de bomen gezaagd tot lange planken. Vervolgens gaan die naar een drogerij, elders in het land. Na maanden komt het hout weer terug naar de opslag aan de Hengelosestraat. Laatst bestelden mijn dochter en vriend bij de Houtzagerij een eettafel van een Twickelse eik. Van 1 bij 2 meter. Samen met Arnoud Riesewijk en Roy Vaneker zochten zij de planken uit die later aan elkaar gelijmd zouden worden; niet alle bomen zijn namelijk meer dan 1 meter breed. Zij mochten kiezen uit hout met de meest interessante noesten en lijnen. Een golvende zijkant of juist kaarsrecht; lak in onmetelijk veel kleuren; een metalen onderstel in allerlei vormen: alles was mogelijk. Het is heel bijzonder dat je de vrijheid krijgt om het uiterlijk van je meubel zó te bepalen.

Ook de Zagerij krijgt zo nu en dan bezoek van insecten die iets teveel liefde voor het hout etaleren. Met boktorren en houtwormen worden korte metten gemaakt.

Mijmerend fietste ik de laatste kilometer naar huis. Twee gele vlinders vlogen in mijn tuin.

Hiska Bakker